Hoe schrijf je over subtiele agressie?

Onlangs gaf ik een training over cliëntrapportages schrijven aan zes sociaal psychiatrisch verpleegkundigen (SPV’s). Ze hebben vaak te maken met cliënten die psychotisch zijn. Soms is dat soort cliënten agressief naar de hulpverlening. Hoe zet je dat toch respectvol op papier?

Een sterke mate van agressie kun je relatief gemakkelijk onder woorden brengen. Denk aan: te dicht bij je komen staan, met deuren slaan, met spullen gooien, schelden, schreeuwen, vloeken en bedreigende opmerkingen maken.

Maar vaak zijn de uitingen van agressie subtieler. En juist dan is het lastig om je gevoel van onveiligheid in een rapportage te verwerken.
We bespraken hoe je objectief kunt schrijven. Je kunt bijvoorbeeld de feiten benoemen, dus beschrijven wat je observeert. Daarbij interpreteer je bij voorkeur niet.

Het is bijvoorbeeld niet raadzaam om op te schrijven: ‘Cliënt reageert defensief’. Wel kun je beschrijven wat er gebeurt: ‘Cliënt geeft geen antwoord op mijn vragen en reageert driemaal met een kort ‘weet niet’. Daarna loopt hij naar de keuken.’

Een van de SPV’s fronste. ‘Oké, maar gisteren was ik met een collega bij een cliënte en we voelden ons allebei niet veilig. Het was best moeilijk te beschrijven waarom.’

Ik vroeg wat ze observeerden. ‘Ze leek boos want ze keek mij de hele tijd strak aan, terwijl ze met ons praatte. Ze trilde, er was spierspanning zichtbaar in haar nek en ze balde haar vuisten.’

Mijn suggestie was om het volgende op te schrijven: ‘Ondergetekende en collega voelden zich beiden niet veilig in het contact met cliënte. Cliënte bleef ons bijvoorbeeld lange tijd strak aankijken, er was spierspanning zichtbaar in haar nek en ze balde haar vuisten.’

Al brainstormend kwamen we tot de volgende conclusie: je mag niet opschrijven wat je denkt over een situatie, want dan interpreteer je. Het woord ‘boos’ is dus uit den boze. Cliënte kan dan gemakkelijk zeggen: ik was helemaal niet boos, maar juist gespannen.

Maar je mag wel opschrijven wat je voelt in situaties waarin je onveiligheid ervaart. Tenslotte kan een cliënte jouw interpretatie wel ontkennen, maar wat je voelt, dat is jouw ervaring. Daar is geen speld tussen te krijgen.